Wetenschap in 140 tekens

Eerder verschenen in faculteitsblad Essay, geschreven in juni 2010. Wat moet een wetenschapper met 140 tekens op Twitter, gewend als we zijn aan papers met 8.000 woorden? Ik twitter sinds april 2009 en ik heb sinds die tijd ongeveer 2000 berichtjes verstuurd, gemiddeld 5 per dag. Die vijf berichtjes per dag hebben mijn leven als onderzoeker grondig veranderd.

Waarom Twitter?

Mijn onderzoek gaat over online contacten tussen organisaties en individuen (burgers, consumenten, activisten). Die contacten zien we steeds vaker, bv. omdat webcare teams actief klagende en hulpbehoevende consumenten opsporen en deze consumenten benaderen op social media sites als Twitter. Dit is een relatief nieuw fenomeen. Daarom had ik het gevoel dat mijn onderzoek relevant zou kunnen zijn voor de praktijk. Bovendien zou mijn onderzoek beter kunnen worden, wanneer ik in contact zou komen met praktijkmensen die zich met sociale media en webcare bezighouden. Die mensen bevinden zich massaal op Twitter.

Mijn eerste tweet

De aanwezigheid van al die praktijkmensen was een goede reden om vorig jaar een profiel aan  te maken op Twitter. Mijn 1e tweet, op zondag 19 april om 12 minuten voor 8 ’s avonds, luidde: ‘Op zoek naar niet NL voorbeelden van webcare (zoals bv. bij UPC). Kan ze niet vinden….’. Miljoenen mensen konden het bericht lezen, maar er gebeurde helemaal niks.

Kort na mijn eerste tweet vertrok ik naar Chicago voor het jaarcongres van de International Communication Association. Daar merkte ik dat verschillende aanwezigen aan het twitteren waren over de sessies die ze bezochten en dat je daardoor gemakkelijk met anderen in contact kon komen. Niet onbelangrijk op een congres met een paar duizend bezoekers. Door Twitter ontstond een instant  online community die gevormd werd doordat mensen een hashtag (een twittercode) aan hun tweets plakten (#ica09).

Tomatensla

Een paar maanden lang twitterde ik over van alles (research master, voetbal,  opleidingsrendement, een gekneusde teen, Arctic Monkeys, de ultieme tomatensla), omdat het gezellig was en om te delen wat ik op Internet aan interessante dingen tegenkwam. Mijn onderzoek wachtte vooral op nieuwe data. Die kwamen half juni toen een student een experiment afrondde. Ik had tegen die tijd 68 mensen die mij volgden op Twitter. Ik plaatste zo nu een dan een tweet over het afstudeeronderzoek. Dit leidde tot een DM (direct message) van @remcojanssen die ik was gaan volgen omdat hij een blog had over PR 2.0. Hij was benieuwd naar mijn onderzoek en gaf aan daarover op zijn eigen blog en op Marketingfacts (de grootste Nederlandse marketing weblog) te willen schrijven. Dat gebeurde begin september. Het had 5 maanden en meer dan 600 tweets gekost, maar mijn onderzoek kreeg nu eindelijk aandacht. Het bericht op Marketingfacts werd door veel mensen gelezen (inmiddels meer dan 2000). Allemaal mensen die zich in de praktijk bezighouden met hoe organisaties zich manifesteren in social media.

Van Twitter naar Tweetups

Vanaf toen ging het snel. Steed vaker leidden Twitter contacten tot Tweetups: ontmoetingen IRL (in real life), op mijn VU kamer, of op kantoren van bedrijven die zich met mijn thema bezighouden. In oktober besloot ik om ook maar een eigen weblog te maken (www.peterkerkhof.info), omdat er steeds meer verzoeken om informatie binnenkwamen. Mijn aantal volgers op Twitter nadert inmiddels de 600, niet extreem veel, maar wel voor een groot deel bestaand uit mensen die voor mij belangrijk zijn en dat maakt het tot een groot en belangrijk publiek. Door Twitter ken ik inmiddels mensen die de sociale media doen voor bedrijven als KLM, ING Bank, UPC, Achmea en Vodafone en tal van mensen die bedrijven daarin adviseren en die aan de wieg hebben gestaan van webcare in Nederland. Dit zorgt ervoor dat mijn onderzoek relevanter wordt, en ingaat op vragen die niet alleen maar academisch van aard zijn.

Studenten en Twitter

Steeds vaker heb ik contact met studenten via Twitter. Dat contact is laagdrempelig en leidt tot discussies die ik nergens anders met studenten heb. Niet als portefeuillehouder onderwijs in het faculteitsbestuur en niet als afdelingshoofd Communicatiewetenschap. Ook hier zitten de echte opbrengsten vooral in de Tweetups, waar je niet beperkt wordt door de 140 tekens, maar de oorsprong ligt wel in Twitter. Het aantal studenten dat Twitter gebruikt is nog beperkt. In mijn college Marketingcommuniatie schat ik het op niet meer dan 5%. Waar ik naar toe zou willen is dat door media als Twitter laagdrempelige online communities ontstaan van studenten en docenten met gedeelde interesses. Net als in Chicago kan dat ervoor zorgen dat het leven en werken in grote groepen mensen leuker, sprankelender en op zijn minst minder anoniem wordt.

Dit bericht is geplaatst in Hoger onderwijs, Onderzoek, Social media, Twitter, Webcare met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

6 Reacties op Wetenschap in 140 tekens

  1. Pingback: Bibliotheken en het digitale leven in oktober 2010 « Dee'tjes

  2. Pingback: Sociale Media in het Hoger Onderwijs dl.2 | Wilma van den Brink

  3. Pingback: Wetenschappers en Social Media « wetenschapper20

  4. Pingback: Scientists and Social Media | @RoyMeijer

  5. Pingback: Rob Speekenbrink » Wetenschappers en Social Media

Add Comment Register



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>